Bier en kunst, niet alleen voor ingewijden

Als meisje van vier namen mijn ouders me mee naar het Kröller-Muller Museum. Geconfronteerd met een werk van Mondriaan wist ik het zeker: deze meneer had veel te veel wit gebruikt. Twaalf jaar later bij de lessen beeldende vorming veranderde deze mening compleet. De poëtische en grappige Huub Beurskens vertelde een groep tienermeiden wat hij in allerlei kunstwerken zag en gaf met kunsttheorie verschillende manieren om hiernaar te kijken. Van de figuratieve kunst die gewaardeerd kan worden vanwege de skills van de kunstenaar om fotorealistisch te schilderen tot hoe je ogen op het doek blijven bewegen bij het bekijken van een Pollock.

Wat mijn leraar eigenlijk deed, is mij uitnodigen mee te doen in zijn ‘Community of Practice’.

“Communities of practice are groups of people who share a concern or a passion for something they do and learn how to do it better as they interact regularly.” (Wenger, 2007) Gezamenlijk keken we telkens weer naar verschillende kunstwerken en leerden de vocabulaire om ons hierover uit te kunnen drukken. Na inmiddels jaren regelmatig met allerlei kunst in aanraking te zijn gekomen, heb ik geleerd mijn eigen ‘Huub’ te zijn en introduceer ik weer anderen in de groep.

Volgens Lave en  Wenger is het dit de taak van educatoren: om mensen in staat te stellen een community binnen te komen. Maar hoe krijg je iemand zo ver de eerste stap te nemen om zich te verdiepen?

Een goed voorbeeld: bier. Hoewel Nederlanders altijd al wel veel bier dronken, geeft Cees-Jan Adema,directeur Nederlandse Brouwers over 2015 aan “Nederlanders genieten meer van een glas bier, thuis of in de horeca, door vaker op verschillende momenten andere biersoorten te nuttigen.”  In plaats van het ‘gewone’ pilsje, drinken we meer speciaalbier, mixen en alcoholvrij bier. Dit wordt voornamelijk  geproduceerd op eigen bodem: er zijn meer dan 100 brouwerijen in Nederland en er komen steeds meer lokale producenten bij. 

0c35265e7fc51a34806de6481604bc45-1459259817

Volgens Brouwerij ’t IJ: “Veel van onze klanten zijn nu op zoek naar bier met een eigen karakter en ze houden van kleine zaken. Dat vinden ze hier.”  Hoe meer je je echter verdiept in de wereld van deze ‘craft brews’ kom je uit op bijvoorbeeld Xtreem stout van De Eem, Brutus van Maximus of Call Your Mother van Oproer. Iedereen heeft een eigen voorkeur, maar bij de hippe brewpub als Oproer wordt die keuze begeleid door een stoere, liefst getatoeëerde, man/vrouw die alles weet van het eigen brouwsel en hier enthousiast over kan vertellen. Maar het belangrijkste is: hij gaat de dialoog aan, om jou aan een voor jou zo lekker mogelijk biertje te helpen.

Wat als we kunst zouden zien als bier en net als de barman zouden vragen:

“Wat kan ik voor je doen? Waar heb je zin in?”

“Ik houd wel van landschappen.”

“Hmm, heel goed. Heb je dan liever een Nederlands landschap of iets exotischers?”

“Doe maar exotisch!”

“Dan zou ik eens gaan kijken naar het mooie, klassieke warme licht van Pierre-Henri de Valenciennes, de nu opnieuw hip aandoende grafische Rousseau of de kleurige Franse periode van Samuel John Peploe. Laat me vooral weten wat je vond als je terugkomt voor de volgende ronde!”

classical-greek-landscape-with-girls-sacrificing-their-hair-to-diana-on-the-bank-of-a-river-by-pierre-henri-de-valenciennes

negro-attacked-by-a-jaguar-1910.jpgBlog

Samuel-John-Peploe-Ile-de-Brehat

Dit zou niet eens perse een fysieke persoon te hoeven zijn, wellicht is het wel een AI-programma dat op basis een database van alle kunst in het museum aanbevelingen kan doen. De tone of voice zou een voorbeeld kunnen nemen aan populaire (youtube) channels als ‘Kurzgesagt / In a Nutshell’, “”99% invisible”, “Nerdwriter’. Deze hebben gemeen dat ze ingewikkelde dingen uitleggen op een eenvoudige manier in een relatief hoog tempo. Er wordt geen enkele voorkennis verondersteld, maar toch voelt de kijker voelt zich serieus genomen.

Het past perfect bij het wereldbeeld van de digital natives, de generatie waarvoor toegang tot informatie vanzelfsprekend is. Het gaat er niet om wat er allemaal aan kennis in je geheugen opgeslagen is, maar hoe je de gevonden informatie kan toepassen.  Ze kunnen aan de hand van de persoonlijk aan hen gedane suggesties zelf gaan kijken en hun smaak ontwikkelen. Wellicht komen ze terug voor een tweede rondje:

“En? Wat vond je?”

“Heel verschillend, maar ik vond Rousseau het mooist.”

“Ah, ja. Rousseau’s stijl heeft iets kinderlijks, wat je tegenwoordig weer veel in illustraties ziet. Hij bouwde zijn tekeningen laag voor laag op trouwens, als een photoshop-bestand beginnend bij de onderste laag. Misschien dat je hetzelfde verstilde gevoel vindt bij Paul Signac, dat gestileerde bij het grafische werk van Lautrec, of wil je juist de vormen van de planten beter studeren bij de botanicus Haeckel.”   

Working Title/Artist: TL: Divan Japonais Department: Drawings & Prints Culture/Period/Location: HB/TOA Date Code: Working Date: photography by mma, Digital File DT224360.tif retouched by film and media (jnc) 5_3_10

Tafel_065_300

tumblr_l4ijbuXDrI1qb9yj1o1_1280-1

De ‘barman’ benoemt wat er te zien is, vertelt eventueel kort hoe het gemaakt is of wat er speciaal aan het werk is en trekt parallellen naar andere werken die de bezoeker wellicht ook aanspreken. Natuurlijk kunnen de algoritmes van Wikipedia, Pinterest of The Art Stack dit ook, maar hierin mist nu nog de menselijkheid van de interactie. Deze platformen geven nu weliswaar suggesties, maar kunnen nog niet naar het antwoord luisteren. Terwijl juist het regelmatig hebben van een dialoog leren stimuleert.

Laten we bezoekers uitdagen iets nieuws te proberen, iets met andere ogen te bekijken en misschien wel te laten waarderen op gronden waarvan deze het bestaan tot nu toe niet eens afwist.

stijl_de_8_schilderij_rood_geel_blauw_1921_piet_mondriaan

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *