crowdsourcen in de arena

FLIRT model of crowdsourcing ©

De eerste erfgoed arena van 2011 had met ‘crowdsourcing‘ een thema dat je gerust trendy zou mogen noemen. Daar is een erfgoedarena ook voor: signaleren wat er speelt en proberen de hoofdzaken van de hype te onderscheiden, door toonaangevende sprekers uit te nodigen en flink de discussie aan te zwengelen. Tijdens het eerste gedeelte van de arena kwamen 4 sprekers aan het woord: Anne Marie van Eekeren (Buurtwinkels en Geheugen van Oost), Irene van Renselaar (De Stad als Muze), Roy Creemers (VoordeKunst.nl) en Jasper Visser (Nationale Automatiek en Nieuwe Groeten uit NL). Het was interessant om deze projecten zo eens (kort) besproken te krijgen en en-passant een klein overzichtje te hebben van de status quo op gebied van de ‘gebruikelijke’ eigentijdse erfgoedthema’s als participerende bezoekers, oral history, kennisdeling, the inclusive museum, democratisering van het curatorschap, collective memory, user generated content, social tagging en co-creatie. Was het allemaal maar zo gebruikelijk. Niet voor niets zijn dit thema’s die gedurende de opleiding aan de Reinwardt Academie integraal en afzonderlijk aan de orde komen. Of we dat nu allemaal onder crowdsourcing scharen of niet…

backchannel
Bij alle drukte in de zaal met twitterende mensen, een backchannel (hashtag #erfgoedarena), leken de sprekers net iets te weinig tijd en aandacht te krijgen om goed uit de verf te komen. Roy en Jasper waren bovendien ‘s middags ook al te zien geweest en betekenden voor een deel van de aanwezigen een herhaling.
Voorafgaand aan de erfgoedarena hadden Reinwardt studenten van de minor ‘exhibition direction’ in de middag een symposium georganiseerd met hetzelfde thema en deels dezefde sprekers. Bij het middagprogramma was, naast de keynote van Jim Richardson, met name de voordracht van Radna Rumping erg interessant. Met veel (praktijk)voorbeelden maar ook andere waardevolle inzichten hield zij de aandacht van de zaal langer dan de afgesproken tijd vast; wat in dit geval echt een meerwaarde was.
Van tevoren en vooral na afloop van zijn keynote was Jim Richardson sterk aanwezig op het backchannel. Met recht, hij voerde in de praktijk uit waar het om ging. Zijn boeiende keynote, “An incomplete manifesto for the MuseumNext”, stond intussen online en hij vroeg eenieder om er kritiek en aanvullingen op te geven om zo tot een optimale versie te komen. Dat viel in de praktijk nog niet mee. Zijn keynote plaats ik onderaan in dit bericht.
Ook ‘s middags stond het backchannel aan en was er een hashtag (#jtc11) afgesproken, wat handig was aangezien ik lang onderweg was om bij het symposium te komen en intussen via m’n mobiel de reacties een beetje kon volgen. Een backchannel is dus, net als crowdsourcing een middel om met deskundigen en geïnteresseerden buiten de organisatie te communiceren en vragen te stellen?

Op dit weblog hadden we zowel het symposium als de erfgoedarena vermeld en waren we er nog specifiek op ingegaan. Via twitter bleef het ook gonzen, aangezien de studenten het voortdurend onder de aandacht bleven brengen; en dat werkte. De aula van de Reinwardt Academie zat tweemaal afgeladen vol. Overigens geeft dat te denken over de invulling van het gebouw van de Reinwardt Academie: minder klaslokalen en meer conferentiezalen wellicht. De interactie met het publiek en met externe experts mag centraal staan, en dus minder conservering en meer debat, als exponenten van het veranderende denken over erfgoedinstellingen. Of dan tenminste het gesprek en niet het object als vertrekpunt. Dit terzijde, want het ging om crowdsourcen.

theorie en termen
Wat is dat eigenlijk? Of wat is het allemaal (net) niet? Daarover kwam een stroom aan opmerkingen via het backchannel voorbij, niet in het minst gevoed door mij. Is het nodig het verschil te benoemen tussen wat het publiek weet, wat het publiek wil en wat het publiek wenst (te financieren). Nu werd crowdsourcing en crowdfunding in één adem genoemd.
Als je wilt weten wat crowdsourcing is, moet je je dan niet afvragen waarom je het wilt gebruiken en waarom dat anders zou zijn dan wat je tevoren deed. Of omgekeerd, waarmee het lijkt op de discussie wat erfgoed is, want als je dat weet te definiëren, weet je wat je moet onthouden (en bewaren en toegankelijk houden). Dus als je crowdsourcing weet te definiëren (t.a.v. de erfgoedsector), weet je wat je zou moeten vragen als erfgoedinstelling en aan wie je dat zou moeten vragen? En moet het antwoord hierop nu van een erfgoedtheoreticus komen of uit de crowd?
Het bleef een beetje bij bovenstaande ‘Spielerei’; de discussie kwam echter niet goed op gang. Crowdsourcing lijkt intussen net als web 2.0 een containerbegrip te worden waar we alles in onderbrengen wat staat voor een eigentijdse manier van werken. Tijdens de avond discussieerde ik hierover met Frank Kresin van Waag Society en op de terugweg in de trein nog eens met Ruben Smit van de Reinwardt Academie. Wij waren het gauw eens en hadden op die manier weinig crowdsourcing nodig om tot een werkbaar standpunt te komen. Vraag is dan of wij in ons denken iets gevorderd zijn.
Frank Kresin roert in een verslag van de avond op het weblog van Waag Society een flink aantal zaken tegelijk aan. Zijn stelling dat crowdsourcing, nu het een hype binnen de erfgoedsector lijkt te zijn, opgevat kan worden als een antwoord van erfgoedinstellingen op (maatschappelijke) veranderingen die het gevolg zijn van web 2.0/internet, kan ik onderschrijven. Dat er duurzame relaties moeten worden aangegaan, besprak ik eveneens met Frank tijdens de erfgoedarena en zoals men wel weet, ben ik daar al langere tijd een pleitbezorger van.
Er is wel een keerzijde aan deze kwestie, los van de terminologie. Kan het zo zijn dat wij ons druk maken om iets wat het publiek maar nauwelijks interesseert? Is de behoefte aan participatie niet veel geringer dan wij hopen? Dat zou betekenen dat veel erfgoedinstellingen dolgraag contact met en input van hun bezoekers willen, al was het maar om hun bestaansrecht in deze moeilijke tijden te bewijzen, maar wil het publiek eenvoudig onderricht en vermaakt worden. En helpt crowdsourcing de erfgoedinstellingen om zich te (blijven) verschansen in hun gebouw nu ze via online media hun publiek vragen kunnen stellen en het lijkt of ze contact hebben?

het Lam Gods of het gouden kalf?
Afgelopen weekend was ik in Gent, waar ik als de eerste ‘erfgoedlocatie’ op de wenslijst de St. Baafs kathedraal bezocht. Magnifiek bouwwerk is het, maar met een erbarmelijk klimaat; de schimmellucht was er zwaar. Hier is het vak Conservering harder nodig dan het vak Digitale Cultuur, om het zo maar eens te stellen. Achterin de kathedraal was een kapel, waar een in flarden neerhangend schilderij deed vrezen voor de algehele staat van de objecten in de kathedraal. Maakt een argeloze bezoeker zich daar heel erg druk om?
Nadat ik een uitleg van een duitstalige gids had aangehoord bij een kopie van het Lam Gods twijfelde ik even of ik het origineel nog wilde zien. Met de gedachte echter, dat mijn toegangskaartje een kleine financiële bijdrage aan het behoud van dit werk (en de kerk) zou betekenen, ging ik er toch naartoe. Ik maak mezelf wijs dat ik dit niet belangrijker vind dan het verhaal en de (digitale) representanten. Enfin, ik heb de hele audiotour geluisterd, heb uitvoerig rond het wereldberoemde veelluik gelopen en was zielsgelukkig en voldaan dat ik het originele werk zo lang heb kunnen bewonderen. Dus rijst de vraag: hoeveel bezoekers willen nu echt participeren? Misschien dat het bij natuurhistorische musea anders is, daar staat educatie (en dus participatie?) toch al meer centraal. Maar bij kunstschatten als Het Lam Gods moeten we ons afvragen of crowdsourcing wel aan de orde is.
Hoewel… De meningen over de betekenis van Het Lam Gods lopen nog steeds uiteen, met kunstbeschouwelijke wetenschap komen we daar ook niet uit. Dus kunnen we het andere experts vragen… Of dat dan crowdsourcing moet heten, is van ondergeschikt belang.

An incomplete manifesto for the MuseumNext – Jim Richardson

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *