manifest voor de komende week

Schermafbeelding 2013-09-19 om 15.56.22In de samenleving is voortdurend van alles gaande en het aardige is dat erfgoed instellingen daarin een cruciale rol hebben. Ik zie erfgoedinstellingen als broedplaats voor de toekomst. De ontmoetingsplek voor mensen, meningen, kennis, beleving en artefacten waar, doorontwikkelend op het (recente) verleden, het retrospectieve minder belangrijk is dan de incubatie. Natuurlijk leren we van reflectie. We leren ook veel van vooruitblikken, inschatten, fantaseren, anticiperen en plannen smeden om de wereld gelukkiger te maken, om te beginnen in het museum. Nu kies ik voor het vooruitblikken. Want we hebben wat te doen als erfgoed professionals.
En dan kijk ik toch nog even om: we hebben de afgelopen twee eeuwen heel veel ontwikkelingen meegemaakt en zijn tijdens opeenvolgende transities losgezongen van afkomst, natuur en voortdurende weersinvloeden, volledig composteerbare materialen, voedselproductie, solidariteit, verenigingsleven, beperkte mobiliteit, etc. etc. Daar staan heel veel goede ontwikkelingen tegenover en het betekent niet dat er bijvoorbeeld geen verenigingsleven of natuur meer is. Het betekent wel dat veel relaties onder druk staan, gebruskeerd of verbroken zijn. Het is aan ons om die relaties te revalideren. vandaar dit ‘manifest’. Niet als een onweerlegbaar document, maar als een discussiestuk voor de komende week. En daarna zien we weer verder. En bij een discussiestuk horen meningen, commentaren, kritiek en aanvullingen. Schroom niet en vul aan of corrigeer!

1M

Ieder mens is een museum en ieder museum is een mens. Nee, ik bedoel niet de persoonlijke verzamelingen of de uitstallingen op de schoorsteenmantel. Ik bedoel dat elk museum persoonlijk dient te zijn, zowel in de eigen identiteit als in de uitstraling als in het contact met de bezoeker: zoveel mogelijk één op één. Vorig jaar schreef ik voor de ICOM-CECA conferentie in Yerevan, Armenië een tekst, als toelichting op de statements van mijn keynote. Daarin pleit ik voor zo’n persoonlijk, en tegelijk excentriek museum. (volg de link of bekijk de pdf onderaan dit bericht)

2U

Dit staat natuurlijk voor ‘to you’ in ultrakorte notatie, die opkwam toen eerst sms’en populair werd. Twitter, WhatsApp e.d. kun je zien als een evolutie van sms. Onder invloed van dergelijke sociale media verandert de maatschappij. Onder andere van verticaal (hiërarchisch) naar horizontaal: iedereen kan met elkaar in verbinding zijn, zelf publiceren, co-creëren, ga zo maar door. Hier vindt sociale innovatie plaats en dat vraagt van erfgoedinstellingen om een positie in te nemen, mee te converseren, zich te interesseren, de interactie aan te gaan en ontmoetingsplekken te bieden. We moeten dan niet slechts de bezoeker uitnodigen te participeren, maar als erfgoedinstelling participeren in waar die bezoeker zoal mee bezig is. Dus ook een excentrische beweging: niet onze instelling, maar de bezoeker en diens leefwereld in het middelpunt van de belangstelling plaatsen.

3D

Aanleiding voor deze opsomming was een bericht over 3D file viewer. Tijdens de digitaal erfgoed conferentie 2012 (in Rotterdam) noemde ik de 3D printer als belangrijke ontwikkeling voor musea.  Er zijn al geruime tijd ontwikkelingen in die richting, en prachtige praktijkvoorbeelden als Smart Replica’s van Maaike Roozenburg. Bij het Allard Pierson Museum heb ik een tijd geleden voorgesteld een hele verdieping leeg te ruimen (en te ontzamelen: ga de discussie over het belang van de collectie aan!) en in te richten als echt groot lab, waar je zelf aan de slag kunt met replica’s en unica’s. Een lab waar innovatie plaatsvindt in de context van antieke beschavingen, waar studenten van de UvA samen met studenten uit Eindhoven en Delft aan de slag kunnen gaan. 3D printen gaat over een maakbare wereld. De bijbehorende ethische en sociologische kwesties zouden we in het

museum moeten voeren. 3D gaat ook over ons bevattingsvermogen: de 3-dimensionale ‘box’ waarbinnen en waarbuiten  we proberen te denken.

4R

Binnenkort vindt een conferentie plaats over 10 jaar Creative Commons. De kwestie van intellectueel (en creatief) eigendom / copyright bepaalt nog steeds in belangrijke mate de toegankelijkheid en toepasbaarheid van data. Of dat nu om kennis en onderzoek gaat, gedigitaliseerde objecten, kunst of entertainment (audiovisuele content van radio, tv en film bijvoorbeeld). Ook in de journalistiek speelt deze kwestie nog volop. Bart Brouwers schreef er onlangs een boek over: ‘Na de deadline’. Er is een tendens dat (kwalitatief hoogwaardige of unieke) content toch weer betaald gaat worden, nadat eerst alles op internet open en gratis moest zijn.  Veel erfgoed instellingen werken momenteel aan apps en andere mobiele toepassingen. Van belang bij het maken van content zijn

  • Research (naar gebruikers, onderwerpen / topics, behoeften, trends, kernwaarden, onderzoek, bestaande projecten, verdienmodellen, mogelijkheden voor samenwerking)
  • Reach / Relations (voor wie en met wie wil je aan de slag gaan, is het alleen content produceren of toch ook vooral content uitwisselen? Hoe bereik je de mensen met wie je een relatie aangaat en langs hoe, welke kanalen, kun je die relaties onderhouden?)
  • Resources (wat heb je in huis, waar ben je goed in, welke boodschap wil je uitdragen? ook de ‘crowd’ die zich verbonden vioelt met jouw organisatie, collectie en thematiek maakt idealiter deel uit van de bronnen waaruit je kunt putten)
  • Relevance (wat maakt dat de content relevant is voor de gebruiker, voor degene met wie je in gesprek bent? Relevantie is belangrijker dan ‘waarheid’ of objectiviteit en hangt sterk samen met persoonlijkheid)

Andere criteria voor succesvol met content bezig zijn: agility (wendbaarheid, dus korte

doorlooptijden, werken met halffabrikaten, iteratief werken), adaptability (aanpassingsvermogen, dus kunnen bijstellen en inspelen op wat actueel is), credibility (geloofwaardigheid, hangt met relevantie en persoonlijke aandacht samen) en connectivity (verbondenheid, zowel in de zin van veel contacten aanknopen en onderhouden, een netwerkbenadering, als vebondenheid op intrinsiek niveau). De Engelse termen gebruik ik hier omdat je die vaker tegenkomt als het gaat over transities, (sociale) innovatie en marketing.

5W

Schermafbeelding 2013-09-19 om 15.48.54

Terwijl ik probeer grip te krijgen op een hoeveelheid aan ontwikkelingen, die probeer te duiden en er vaak toepasbare modellen of stappenplannen in wil ontdekken, blijf ik altijd alert op de behoefte aan een Fremdkörper. Zeg maar het vijfde wiel aan de wagen. Dat wat ongemakkelijk maakt, niet past, rebelleert of afwijkt van het patroon dat aan het ontstaan is. Soms is het de remmende factor. Een andere keer is het datgene wat attendeert op de inertie die optreedt zonder dat we ons daar, in alle goede bedoelingen en ijver, direct van bewust zijn. “Wetenschappelijke inertie is de tendens van onderzoeksprogramma’s om nieuwe storende bevindingen te verbieden of te negeren, zoals die door Imre Lakatos en de Zweedse filosoof Sören Halldén wordt beschreven.” (Wikipedia)
En dat betekent: ruimte houden voor afwijkende kennis, voor de ‘binnendringer’, ‘spion’ of ‘infiltrant’, maar ook voor onwetendheid. We focussen met crowdsourcing op de kennis van ons publiek, toch zouden we ook een plek vrij moeten houden voor (onze eigen) onwetendheid, als creatief beginsel.

Behalve een vijfde wiel aan de wagen zou er plek moeten zijn voor nog veel meer van die wielen. Het gevaar bestaat immers dat we zo bezig zijn met de identiteit van de organisatie, met regionale identiteit, met een canon, etc. dat we vergeten dat we te maken hebben met mutiple identities, de mens als zwerm van identiteiten. Een zwem die bovendien voortdurend van samenstelling wisselt. Dat is, behalve een realiteit waar we domweg mee te maken hebben, nodig voor innovatie en de ontwikkeling van de transities waarin we ons bevinden. We zullen dus voortdurend moeten belanceren tussen een marketing-technisch uitgekristalliseerde identiteit en veranderlijke diversiteit.
Dit zijn de eerste 5 onderdelen van het manifest. Ik zal ze de komende dagen nog wat bijwerken, aanscherpen, aanvullen. Volgende week komen dan de volgende vijf onderdelen: 6L 7X 8C 9¾ 10M. Al enig idee waar dat naarte gaat?

Ik zie uit naar suggesties, kritiek en aanvullingen!