Museumcollecties online

Een onderzoek naar de online collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam, 1996-2012

FRscriptieDoor: Fransje Pansters

Veranderingen door de komst van communicatie- en informatietechnologie zijn bij musea wereldwijd merkbaar. Dankzij het internet en het groeiend gebruik van smartphones, raken de online en ‘offline’, ofwel onsite wereld, steeds meer met elkaar vervlochten. Met name online collecties wekten mijn interesse, omdat musea online veel méér kunstwerken kunnen tonen dan in het fysieke museum mogelijk is. Praktische beperkingen zoals een gebrek aan tentoonstellingszalen of vrije wanden spelen online geen rol.

In eerste instantie had ik de naïeve veronderstelling dat musea niet meer nodig zouden moeten hebben dan een collectie, een museumwebsite en een digitale camera, om hun collectie online te kunnen ontsluiten. Dit bleek echter niet zo eenvoudig te zijn. Naast praktische en organisatorische belemmeringen, stuitte ik op een gebrek aan kritische reflectie omtrent de ontsluiting van kunstcollecties online. Zijn nieuwe ideeën, ontwikkelingen en mogelijkheden wel werkelijk zo nieuw? Wat is het doel van een online collectie? Voor wie is deze bestemd?

Dankzij mijn master kunstgeschiedenis (Vrije Universiteit Amsterdam), een bachelor mediacultuur (Universiteit Maastricht), een stage bij het Van Gogh Museum en mijn werkzaamheden bij INTK in Utrecht, heb ik kennis en ervaring uit verschillende vakgebieden kunnen combineren. Deze interdisciplinaire benadering is noodzakelijk gebleken om dit onderzoek naar kunst, musea, collectievorming en het internet uit te kunnen voeren. Ik heb in mijn scriptie getracht een bijdrage te leveren aan de kritische reflectie over online collecties, door de ontwikkelingen, visies en modellen in kaart te brengen die dit brede en relatief onbekende onderzoeksgebied omsluiten.

Hoofdstuk 1 belicht de sociale, culturele en technologische ontwikkelingen waartoe musea zich verhouden in het benutten van de mogelijkheden van het internet voor het online ontsluiten van hun collectie. Hoofdstuk 2 bespreekt de meest voorkomende praktische en ideologische problemen die zich voordoen bij het digitaliseren van een collectie. Hoofdstuk 3 bestudeert de historische ontwikkeling van een online collectie, aan de hand van een case study van het Stedelijk Museum Amsterdam (1996-2012). Hoofdstuk 4 gaat dieper in op de doelstellingen van online collecties en middelen voor het evalueren van online activiteiten.

Er worden jaarlijks talloze conferenties, lezingen en workshops georganiseerd om kwesties en best practices rondom digitaal erfgoed te bespreken. Hieruit blijkt hoezeer dit onderzoeksveld in beweging is en zich steeds verder ontwikkelt. Het onderzoek dient gelezen te worden als een eerste analyse van het veld, vanwaaruit verder onderzoek mogelijk en gewenst is. Mijn scriptie geeft de stand van zaken weer tot en met augustus 2012. In november 2012 is dit onderzoek genomineerd voor de drie jaarlijkse ICOM scriptieprijs.

De afbeelding van de lege museumzaal is afkomstig uit het kunstenaarsboek ‘Musea in rust – 48 lege museumzalen gezien door Paul Bonger’, van Paul Bonger (1949). De getoonde foto is gemaakt in het Stedelijk Museum Amsterdam. Toen de eerste collectie stukken omstreeks 1996 online verschenen, vreesden velen dat het fysieke museum in de toekomst geheel zou verdwijnen. Bongers werk staat hier symbool voor. In mijn scriptie wordt het wereldwijde proces van digitalisering en het online ontsluiten van museumcollecties inzichtelijk gemaakt.