MW2008 #3: Brooklyn Museum

Onder de titel Where Do We Go From Here? Continuing with Web2.0 hield Shelley Bernstein van het Brooklyn Museum een inspirerende en verhelderende presentatie.

De afgelopen jaren is het Brooklyn Museum bezig geweest om het bestaande on-line publiek nog meer te betrekken en een (inter)actieve web community te bouwen (2006). Tijdens Museums and the Web 2007 werd dat in een presentatie en bijbehorende paper al besproken: “Building an On-line Community at the Brooklyn Museum: A Timeline”. In dat jaar werd na aanzienlijke successen besloten de community een geeigende omgeving te bieden door bijvoorbeeld FlickR en YouTube te integreren in de website van het Brooklyn Museum.
Inmiddels zijn ze doorgegaan met die ontwikkelingen, waaronder bloggen, een Facebook applicatie, een YouTube video competitie en een experiment met Twitter

Shelley Bernstein begon in haar presentatie over bloggen. Ze is van mening dat openheid in blog cruciaal is en er voor zorgt dat er andere gesprekken gaan plaatsvinden, een soort gesprekken dat voordien niet mogelijk was geweest. Waar het weblog van het Brooklyn Museum voorheen een meer officiële toon aanhield, het instituut zelf was aan het woord, werd de schrijfstijl gewijzigd naar een persoonlijker toon. Dit kwam het bezoek en de reacties ten goede; nu verschenen er commentaren op informatie die voordien niet in het museum aanwezig was.


Over de video competition (via YouTube) zei Shelley dat er nogal een drempel is voor het maken van een video. Niet iedereen kan het zomaar, het kost veel moeite en inspanning. En het is de vraag wat zulke user generated content oplevert. Toen er op gegeven moment een video geplaatst werd met de titel “art thief” dacht ze dat dit het einde van het project zou betekenen. Ze vreesde voor een video waarin te zien zou zijn hoe makkelijk een kunstwerk gestolen kan worden. Maar het bleek heel anders uit te pakken. De video representeert het museum als een leuke plek om te zijn. Regelrechte promotie voor het museum dus, op een speelse manier, door bezoekers zelf en een betere ambassadeur kun je niet treffen. Dergelijk content zou nooit vanuit het museum zelf bedacht en gemaakt kunnen zijn, volgens Shelley, wat een pleidooi is om ondanks de risico’s in te zetten op user generated content.

Een ander voorbeeld is de groep op Flickr, waarbij bezoekers zelf hun foto’s kunnen toevoegen van het museum en de daar aanwezige werken. Het idee was daarbij “waarom nodigen we niet tien professionele fotografen uit om volgens eigen inzicht de werken vast te leggen. Dat gaf een zeer persoonlijk beeld van de kunstwerken. Heel verschillend van de stndaard fotografie die in het museum gebruikelijk was (deskundig, maar saai). Door de andere focus droegen de foto’s bij aan een heel andere beleving van de kunstwerken. Met gebruikmaking van alle foto’s werd een video samengesteld. Dat gaf een representatie van het museum vanuit het perspectief van de bezoeker (gebruiker): hun museum. Een aanvullend en verrijkend perspectief.

Het project art share maakt gebruik van Facebook: je kunt mensen leren kennen door de keuze van de kunstwerken die ze aan hun profiel toevoegen. Ook kunstenaars wordt gevraagd hun kunstwerken bij hun facebook account te uploaden. Het Walker Art Center maakt ook deel uit van Art Share.

Bij het project Click wordt gebruik gemaakt van “The Wisdom of Crowds” (James Surowiecki). De oproep is eenvoudig: geef je mening. Het museum vertrouwt erop dat de bezoekers goeie werken kiezen en hun mening goed weten te verwoorden. Het is wel belangrijk dat er regels zijn bij zo’n project, hoe duidelijker (eenduidiger) hoe beter.

Op de vraag hoe je curatoren betrokken krijgt bij zulke processen (bijvoorbeeld het bloggen), gaf Shelley het antwoord dat het helpt om voor curatoren te posten (aan de hand van de informatie die ze geven) zodat het ze weinig tijd en (technische) inspanning kost. Het helpt om ze daarbij te coachen. Ook heeft het zin om vooral jonge curatoren te laten bloggen, waardoor die een voortrekkersrol krijgen en het proces op gang helpen. Vervolgens benadrukte ze de “multi-autor approach”: de werklast verdelen. Verder is het een kwestie van slim verleiden.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *