Verzamelwoede

Er gaan geluiden op om museummedewerkers erop te screenen bij het in dienst nemen. Als ze ook maar de lichtste tekenen tonen van de aandoening zou hen in ieder geval de toegang tot de depots moeten worden ontzegd. Niets is erger voor een museumcollectie dan beheerders die lijden aan de verzamelgekte. Hamsters die stiekem alle vrije plekken opvullen met ongeordende bergen van spullen die “later” nog eens moeten worden uitgezocht. Het is een reële bedreiging voor de toch al overvolle opslagplaatsen van ons cultureel erfgoed.

De wildgroei van collecties bezorgt bestuurders veel kopzorgen. Het is niet voor niets dat de discussies over selectie bij de poort en afstoting van collectieonderdelen regelmatig terugkomen. Er is gewoonweg niet genoeg geld en personeel om alles goed te beheren en ontsluiten, dus zullen er keuzes moeten worden gemaakt. Voorstanders van een rigoureus selectie- en afstotingsbeleid staan in deze discussie vaak lijnrecht tegenover de fanatieke hoeders van het erfgoed. De laatste groep claimt dat het verzamelde erfgoed een belangrijke bron is voor de geschiedenis van smaak en wetenschap die zorgvuldig bewaard moet worden voor mogelijk toekomstig gebruik.

Een patstelling die al lang bestaat en niet eenvoudig is op te lossen. Temeer omdat het zorgvuldig en verantwoord opschonen van een collectie net zoveel geld en personeel kost als het beschrijven ervan voor eigen gebruik. De digitalisering van onze collecties die in de afgelopen decennia op grote schaal is gerealiseerd kan ons wellicht helpen bij de oplossing van dit probleem. Daarbij is het belangrijk om een onderscheid te maken tussen de fysieke collectie en de verzameling digitale representaties ervan. Beheers- en ontsluitingsproblemen voor de één gelden niet zondermeer voor de ander.

In onze depots streven we naar orde en netheid. De beheerders moeten snel het juiste object kunnen vinden en conservatoren moeten ter plekke selecties uit de verzamelingen kunnen maken voor bijv. een tentoonstelling of publicatie. Er is een kritische grens aan de beheersbaarheid van een fysieke collectie die bepaald wordt door de hoeveelheid beschikbare middelen van de beherende instelling. Als deze grens wordt overschreden moet extra personeel, materiaal en ruimte worden gezocht om de groei op te kunnen vangen. De praktijk leert dat dit vaak achterwege blijft, waardoor de verzameling groeit maar de toegankelijkheid ervan afneemt.

Voor de digitale versie van ons museumdepot zijn we niet noodzakelijkerwijs gebonden aan dezelfde grenzen. De strengheid die we noodgedwongen moeten aanhouden bij het verzamelen en opslaan van het fysieke erfgoed geldt in veel mindere mate voor de digitale variant. We kunnen in onze databases veel meer chaos en vervuiling aan dan we denken en gewend zijn. Door onze digitaliseringsprojecten zijn er representaties van alle objecten beschikbaar gekomen. Soms alleen maar wat administratieve gegevens, soms een registratiefoto. Vaak onvolledig, soms onjuist maar wel genoeg om de collectie grof te kunnen doorzoeken. De grens van beheersbaarheid van de digitale collectie is veel groter dan de fysieke variant. De collectie kan in principe eindeloos groeien zonder verlies van basale toegankelijkheid.

Om het behoud en de veiligheid te garanderen is de toegang tot onze fysieke collectie voorbehouden aan een selecte groep medewerkers. Het is een misverstand om te denken dat de toegang tot onze digitale depots op dezelfde manier moet worden ingeperkt. In onze informatiesystemen is een aantal gevoelige gegevens dat alleen voor intern gebruik bedoeld is. Voor deze onderdelen gelden strenge eisen m.b.t. volledigheid, betrouwbaarheid en toegankelijkheid.
Het is echter onnodig en vooral onwenselijk om deze eisen voor alle gegevens in onze databases aan te houden. Een veel verstandigere benadering is het ruimhartige beschikbaar stellen van deze informatie, in ieder geval voor het zoeken door de collectie.

Van de totale collectie die in een museumdepot is opgeslagen is slechts een zeer klein deel te zien op zaal. Een iets groter, maar nog steeds beperkt deel is na opslag überhaupt gebruikt, in welke vorm dan ook (bruikleen, publicatie, tentoonstelling, onderzoek etc.). Het overgrote deel van de collectie is en blijft in de huidige praktijk ongebruikt en onvindbaar voor ons publiek.
Met het digitale depot hebben we de mogelijkheid om deze winkeldochters beschikbaar te stellen aan bevlogen verzamelaars en onderzoekers. We kunnen zorgen voor grote hoeveelheden, openbaar toegankelijk, onontgonnen bronnenmateriaal. Afstoting en selectie aan de poort is hier niet aan de orde. Ongebruikte gegevens zinken weg in de dikke laag doorzoekbare informatiedrab tot ze worden opgevist en (her)gebruikt.
Misschien moeten we inderdaad een rigoureus selectie- en afstotingsbeleid aanhouden voor onze fysieke erfgoedcollecties. Dan kunnen we onze digitale depots inrichten als rijke bron voor de geschiedenis van smaak en wetenschap. Als we geluk hebben worden we vervolgens een favoriete online hangplek voor verzamelgekken die ons helpen met identificatie, indeling en verrijking van onze verzamelingen.

  • Pingback: Verzamelwoede | Collectiewijzer

  • http://www.onterfdgoed.nl Dieuwertje Wijsmuller

    Helemaal mee eens! Ik heb gewerkt op een depot waar de collectiebeheerder letterlijk dingen verstopte in donkere hoekjes, ze vergat, om daarna door anderen (jaren later!) gevonden te worden! Selectie aan de poort is absoluut noodzakelijk, maar daarmee hebben we nog niet de non-selectie aan de poort van vroeger goed gemaakt.

    Wanneer we breed kunnen ontsluiten op digitaal niveau en ‘het publiek’ (daarmee bedoel ik eigenlijk iedere geinteresseerde) kunnen vragen mee te helpen met het zoeken en toevoegen van informatie, betrekken we ze ook op een andere manier bij erfgoed. Hopelijk voelen ze zich dan meer betrokken en gesterkt dat museale professionals ze serieus nemen. Dit kan dan weer een positief gevolg hebben op het museumbezoek, of wellicht versterking van het maatschappelijk belang van musea.

    Als musea hun collectie profileren, kan er in principe veel herplaatst (lees afgestoten) worden. Interessant zou zijn wanneer musea met gelijke thema’s hierin samen optrekken. Gezamenlijk kunnen zijn werken aan het verhaal van een thema en daaraan de objecten hangen die het verhaal versterken of illustreren. Zo worden verschillende nationale collecties gevormd, met 1 verhaal maar de objecten verspreid over Nederland.

    Dit verhaal zou weer ontsloten kunnen worden via de digitale wegen, als schil over de databases (wellicht DIMCON?). het publiek kan vanuit het verhaal (de context) objecten vinden en weer eigen context toevoegen. Een soort van selectie aan de digitale poort! :)

    En als er rigoreus geselecteerd en afgestoten wordt en de (meest) objecten vinden nieuw onderdak en dit wordt goed gedocumenteerd, hoeft men ook niet bang te zijn dat het voorgoed verloren is wanneer toch blijkt dat het object van onschatbare waarde voor de nationale collectie is. In goed overleg kan men veel voor elkaar krijgen. Ook bij het publiek.