Verslag studiemiddag Digitaal herinneren in de stad

Digitale media en verstedelijking zorgen voor nieuwe uitdagingen voor het erfgoedveld. Op 10 juni 2016 stond dit thema centraal op de studiemiddag Digitaal Herinneren in de Stad. Tijdens deze bijeenkomst, die plaatsvond op de Erasmus Universiteit Rotterdam, bespraken wetenschappers en erfgoedprofessionals hoe digitale media zorgen voor nieuwe manieren om stedelijk cultuur erfgoed te ontsluiten.

De 21e eeuw wordt vaak de eeuw van de stad genoemd. Sinds 2007 woont voor het eerst in de geschiedenis meer dan de helft van de wereldbevolking in steden. Deze trend zal zich voortzetten zoals de voorspellingen van de Verenigde Naties laten zien. In mijn inleiding op de studiemiddag besprak ik de noodzaak om na te denken over wat deze verstedelijking betekent voor het erfgoedveld (zie presentatie).

Stedelijke kenmerken

studiemiddag2Steden zijn dynamische omgevingen die voortdurend veranderen. Bijvoorbeeld stedelijke vernieuwing en toerisme zorgen voor ingrepen in het stedelijk landschap. Dit vergroot de behoefte om te reflecteren op deze veranderingen. Niet voor niets zijn Facebookgroepen waar mensen historische foto’s van steden delen erg populair. Zeker in een snel veranderde omgeving neemt de interesse voor cultureel erfgoed toe. Hierbij is er de laatste jaren ook steeds meer aandacht voor de immateriële dimensies van erfgoed zoals stadsdialecten, tradities en het erfgoed van het culturele leven. Dit is het ‘levende erfgoed’ dat bijdraagt aan de identiteit van steden.

Een ander kenmerk van steden is dat zij een rijke diversiteit aan gemeenschappen kennen, die ieder op hun eigen wijze betekenis geven aan de gebouwde omgeving. Jongeren, ouderen, subculturen en migranten – elke groep ervaart de stad op een andere manier. Voor erfgoedinstellingen is er de uitdaging om die verschillende geschiedenissen van steden te verzamelen en ontsluiten. Daar kunnen digitale media een belangrijke rol in spelen zoals bleek uit de verschillende presentaties op de studiemiddag.

Presentaties

Saskia Kuus van de Bibliotheek Den Haag liet in haar presentatie zien hoe het project Haagse Herinneringen een beeld geeft van het verleden van de stad door middel van zogenoemde digi-tales. Dit zijn korte video’s waarin senioren herinneringen delen aan specifieke Haagse gebeurtenissen of plaatsen. Deze digi-tales zijn vervolgens te bekijken op de website en via YouTube. Het project verbindt zo cultureel erfgoed aan nieuwe media en oral history.

Een andere nieuwe wijze om cultureel erfgoed te ontsluiten is virtual reality. Kelly Mostert presenteerde het project Mijn Explorer, dat in het kader van het Jaar van de Mijn 2015 werd ontwikkeld door Beeld en Geluid (zie presentatie). Met behulp van de VR-bril Oculus Rift krijgt de gebruiker een virtuele rondleiding door een mijn. Om deze ervaring zo realistisch mogelijk te maken, ziet en hoort de gebruiker archiefmateriaal. Als voordelen van virtual reality noemde Mostert in haar presentatie het perspectief dat deze applicaties geven (hoe groot is een bepaalde omgeving), de immersiviteit, de vrije verkenning en het feit dat ze toegang kunnen geven tot geheime plekken van een stad.

Pieter van den Heede, promovendus aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, vertelde over de mogelijkheden van games voor het tonen van stedelijk cultureel erfgoed (zie presentatie). In zijn promotieonderzoek verkent Van den Heede de wijze waarop digitale games de geschiedenis verbeelden. Hij liet onder andere zien hoe in augmented reality-game Ingress de deelnemers strijden om zogenoemde ‘portals’ in de stad. Deze portals zijn bijvoorbeeld monumenten en oude gebouwen. Van den Heede stelt dat games de mogelijkheid bieden om spelenderwijs over erfgoed te leren. Onder andere het Stadsarchief Rotterdam experimenteert hiermee in een computerspel over het bombardement.

Co-creatie

Het tweede gedeelte van de studiemiddag was gericht op projecten waarin co-creatie centraal staat. Deze projecten gebruiken digitale media om samen met het publiek stedelijk cultureel erfgoed in kaart te brengen.

Lieke Hoefs, werkzaam bij de Koninklijke Bibliotheek, liet zien hoe co-creatie vorm krijgt in een samenwerking tussen Wikipedia en de openbare bibliotheken (zie presentatie). Deze samenwerking komt voort uit de gezamenlijke visie van de Wikimedia-gemeenschap en de Openbare Bibliotheken dat kennis voor iedereen vrij toegankelijk moet zijn. In haar presentatie liet Hoefs zien hoe bibliotheken op fotodagen het publiek uitnodigen om lokaal erfgoed in beeld te brengen. Deelnemers krijgen eerst een korte workshop over het fotograferen van objecten en gaan vervolgens de stad in. De beste foto’s worden vervolgens geüpload naar Wikimedia Commons, zodat deze hun weg vinden naar relevante Wikipedia-pagina’s.

Ook het Stadsarchief Rotterdam werkt samen met het publiek om de stad in beeld te brengen. Wanda Waanders presenteerde het project Vrijwillige Fotografen, waarbij amateurfotografen Rotterdam ingaan om het erfgoed van de toekomst vast te leggen (zie presentatie). Door hun foto’s kunnen volgende generaties zien hoe Rotterdam er anno 2016 uitzag. Ondanks dat er ook al veel beelden op bijvoorbeeld Facebook en Instagram staan, is dit toch een belangrijke taak voor het archief. Waanders stelde dat de foto’s in het stadsarchief veilig worden opgenomen in een elektronisch depot zodat ze voor de toekomst bewaard blijven. Dit in tegenstelling tot sociale media, waar de foto’s kunnen verdwijnen en bovendien niet in het bezit zijn van het archief.

Marijke Oosterbroek, van het Amsterdam Museum, liet zien hoe het museum co-creatie gebruikt om de binding met Amsterdam én tussen de Amsterdammers te vergroten (zie presentatie). Met ‘t Hart, De community site van het Amsterdam Museum, werkt het stadsmuseum aan een digitale infrastructuur. Hier moeten verschillende co-creatie projecten bij elkaar komen zonder dat ze hun eigen identiteit verliezen. De succesvolle verhalenwebsites, zoals die van Het Geheugen van Oost, krijgen hier bijvoorbeeld een plek. Ook werkt het museum aan een nieuwe vaste opstelling waarin participatie en online activiteiten een centrale rol zullen hebben.

Co-creatie is onvoorspelbaar

In haar reflectie op de voorgaande presentaties stelde Merel van der Vaart dat co-creatie iets anders is dan crowdsourcing. Van der Vaart is werkzaam bij het Allard Pierson Museum en doet promotieonderzoek naar het gebruik van digitale media in musea. Co-creatie moet verder gaan dan alleen content ophalen bij het publiek is haar stelling. Bij co-creatie heeft het publiek een actieve rol in de beslissing over welke verhalen verzameld worden en hoe een collectie eruit moet zien. Dit is een onvoorspelbaar proces omdat in de samenwerking dingen ontstaan die vooraf niet gepland zijn. Erfgoedinstellingen moeten de controle dus gedeeltelijk loslaten. Die onvoorspelbaarheid van de eindresultaten maakt dat subsidieverstrekkers helaas vaak huiverig zijn om deze projecten te financieren.

Van der Vaart benadrukt echter het belang van co-creatie, omdat het zorgt voor nieuwe erfgoedverhalen die anders aan de aandacht van erfgoedinstellingen ontsnappen. Als uitdaging noemt ze het samenbrengen van mensen die bijvoorbeeld enthousiast foto’s delen op Instagram met erfgoedorganisaties die op zoek zijn naar beelden uit de stad. Hiervoor moet de fysieke ervaring van de stad verbonden worden aan het gebruik van digitale media. Dan is er niet alleen sprake van digitaal herinneren over de stad, maar ook daadwerkelijk in de stad.

De studiemiddag Digitaal Herinneringen in de Stad werd mede mogelijk gemaakt door bijdragen van het Erasmus Trustfonds en het Erasmus Research Centre for Media, Culture and Communication.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *